Citrien Citrien of citroenkwarts is de citroengele doorschijnende variant van het mineraal kwarts (SiO2).
Net zoals de andere variëteiten van kwarts, is het doorschijnende citrien een nesosilicaat. De gele kleur wordt veroorzaakt door sporenelementen waarbij vooral tweewaardig en driewaardig ijzer een rol spelen. Het kristalstelsel van citrien is trigonaal en de hardheid is 7.
De naam citrien is afgeleid van citrus (vanwege de gele kleur). De kwartsvariëteit werd, afhankelijk van de kleur, in het verleden ook wel Madeira-topaas, gouden topaas of topaas van Bahía genoemd, geheel onterecht omdat topaas een volkomen ander mineraal is. Waarschijnlijk gebeurde dit om een hogere kostbaarheid te suggereren.
De belangrijkste vindplaatsen van citrien zijn Brazilië, Madagaskar en de voormalige Sovjet-Unie.
Vaak wordt Amethist gebrand en als Citrien verkocht. Dit kun je herkennen aan bruine tot zwarte punten. Citrien is waardevoller dan Amethist.
Veel citrien die in de handel is, is niet op natuurlijke wijze in de aardbodem ontstaan. Men heeft ontdekt dat de gele kleur ook ontstaat door verhitting van amethist en rookkwarts. Door deze varianten te verhitten tot circa 200 °C verdwijnen de grijze en paarse kleuren en ontstaat een gele kleur. Daardoor is citrien, ondanks de zeldzaamheid niet zo'n waardevolle edelsteen. Citrien wordt voor edelstenen meestal in facetten of als cabochon geslepen.